Je uitgestraalde zekerheid
En diepgevoelde tederheid
Maakt me geborgen, zo dicht bij jou
Je warme blik en zachte hand
Je rust als helende verband
Mijn kop zonder zorgen, zo dicht bij jou
Je ogen met dat lieve licht
En niets waartoe je me verplicht
Mezelf niet verborgen, zo dicht bij jou
Jouw liefde als een knusse mantel
Hand in hand gaan wij op wandel
Mag ik ook morgen, weer dicht bij jou ?
zaterdag 30 juli 2011
Klein vogeltje, schattig ding
M'n lieve kleine fladderaar,
Als kuiken van een eend
die lacht en slaapt en weent,
ben je vrij, en helemaal klaar
Voor't leven in je eigen hoofd
tot worden wie je bent
met aan je zij een grote vent,
Dat heb ik je beloofd.
Als kuiken van een eend
die lacht en slaapt en weent,
ben je vrij, en helemaal klaar
Voor't leven in je eigen hoofd
tot worden wie je bent
met aan je zij een grote vent,
Dat heb ik je beloofd.
vrijdag 29 juli 2011
Dromen
Onder de sterren
glinstert het water
ruisend op het strand
Stelletjes,
pratend over later,
blootsvoets in het zand
Uitdeinende dromen,
stil geklater,
twee levens goed gepland.
glinstert het water
ruisend op het strand
Stelletjes,
pratend over later,
blootsvoets in het zand
Uitdeinende dromen,
stil geklater,
twee levens goed gepland.
vrijdag 15 juli 2011
Twee monsters
Twee monsters kwamen elkaar tegen
en vochten in de regen.
De koppen vlogen in het rond
en vielen bloedend op de grond.
poten en magen, klauwen en darmen...
daar lagen tenen, daar lagen armen.
Ze sloegen en ze hakten tot ze door hun poten zakten.
Liggend, kreupel, naast elkaar
vochten ze verder, echtig waar !
Het ging maar door en liep uit handen
uiteindelijk waren er alleen nog happende tanden.
Twee monsters hadden duidelijk pech
En spoelden door de regen helemaal weg.
en vochten in de regen.
De koppen vlogen in het rond
en vielen bloedend op de grond.
poten en magen, klauwen en darmen...
daar lagen tenen, daar lagen armen.
Ze sloegen en ze hakten tot ze door hun poten zakten.
Liggend, kreupel, naast elkaar
vochten ze verder, echtig waar !
Het ging maar door en liep uit handen
uiteindelijk waren er alleen nog happende tanden.
Twee monsters hadden duidelijk pech
En spoelden door de regen helemaal weg.
De Pijn
Ik voel hem, ook al is hij er niet... Hij is er, ook al voel ik hem niet
De vrijheid is zo ver weg... Gevangen onderweg....
Gedaan met lachen en gekriebel... Stop met diskussie en gekibbel
Ik zoek, maar zal ik het ooit vinden... Ik wil dit niet voor al die and’re kindren
Ik leef, al kun je’t zo maar amper noemen... Toch kan het leven zijn zoals die bloemen
Jouw gezicht
Lang duurt de nacht
Terwijl ik wacht
Op het licht
Donkere wolken
Stromende kolken
Toch zoek ik het licht
Tranen met tuiten
Staren naar buiten
Nog steeds geen licht
Piekeren, denken
Whiskey inschenken
Nu wordt het licht
Blijkt niet te kloppen
Hoofd niet te stoppen
Toch nog geen licht
Draaien en keren
Gedachten verteren
Waar blijft dat licht ?
Daar zie’k een straaltje
‘t Is geen verhaaltje ...
‘t Is jouw gezicht !
De Roos
Dauw
Jij sloopt de muren om me heen
Al vrees ik nog de pijn,
Bij jou voel ik me niet alleen
Ik hoef niet bang te zijn.
Je bent er en dat is voor mij
Wat ik nooit eerder kende
Soms droef, soms heel erg blij
Soms blijft mijn hoofd een bende
Je bent m’n kersje op de taart
Mijn eigen druppeltjes dauw
Jij, die mijn hemel openklaart,
IK HOU VAN JOU
Abonneren op:
Reacties (Atom)